Het geeft niet

Door Kees Hugenholtz
Krishnamurti, de spirituele leraar die zo ongeveer zijn hele leven de wereld heeft rond gereisd om lezingen te houden, was een verlicht mens. Hij was de eerste grote inspirator in mijn leven en een buitengewoon bescheiden man. Zulke mensen zijn er in elke generatie, en ze kunnen niet veel anders dan hun wijsheid delen met wie maar wil luisteren. Dat doen ze in de wetenschap, dat er maar weinig mensen zullen zijn die tot hetzelfde diepe inzicht gaan komen als ze zelf hebben bereikt. Stel je voor: je praat telkens weer voor zalen met mensen die je vol bewondering aanhoren en je weet dat het nauwelijks tot enige verandering zal leiden. Krishnamurti deed dat ruim zestig jaar.

Gevraagd naar het waarom zei hij: “Ach, ieder vogeltje zingt zijn lied.” Vervolgens zei hij aan het eind van zijn leven: “Wil je weten wat mijn geheim is? I don’t mind!” Ik denk dat je dat het best kunt vertalen met: ‘Ik vind het  niet erg’. Het was ook een woordspeling. Hij bedoelde ongetwijfeld dat hij niet vanuit zijn ‘mind’ leefde, niet  vanuit zijn denken. Waarnemen vanuit hoger bewustzijn betekent dat je de werkelijkheid veel groter ziet dan wanneer je vanuit je beperkte ego kijkt en onvermijdelijk alles op jezelf betrekt. Dat zelf ìs dan namelijk je ego, een product van je denken. Wie ruimer kan waarnemen ziet alles wat er gebeurt als een onderdeel van het  grotere geheel, inclusief de rol die je als persoon speelt. Wat er ook gebeurt, het is relatief en heeft pas betekenis in relatie tot de bron van de mensheid. Alles is verbonden en toeval bestaat niet.

Je eigen rol krijgt meer betekenis door als het ware onpartijdig deel te nemen, je kunt direct een positieve invloed uitoefenen door gecentreerd te blijven, kalm aanwezig te zijn en door je niet persoonlijk aangevallen te voelen of de behoefte te hebben je te laten gelden. Voor wie oppervlakkig waarneemt lijkt het alsof je niet betrokken bent, want je reageert immers niet emotioneel? In werkelijkheid ben je veel meer betrokken, alleen niet vanuit je emotie en je denken, maar rechtstreeks vanuit je hart. Je omvat de mensen met wie je samen bent met liefde, je bent liefde. Je hoeft nooit partij te kiezen, hoewel je natuurlijk niet alle gedrag goedkeurt. Maar: in rust, zonder sentimentaliteit. Het geeft niet, alles is menselijk.

Mensen die deze diepgang niet bezitten doen maar al te vaak doen alsof het niet geeft, maar dan vanuit onverschilligheid. In het Engels zeggen zij ‘I don’t care’. Dat is heel wat anders dan ‘I don’t mind’. I don’t care is: het kan mij niet schelen, de ander is mijn zorg niet. Terwijl zorg nou juist is waar het wel om gaat. Als ik het grotere geheel in liefde omvat kan ik niet anders dan er wel om geven, met heel mijn hart. Dat ziet er nog steeds niet erg emotioneel uit, maar het is wel vanuit mijn betrokkenheid bij mijn medemens dat ik mijn keuzes maak. Ik ‘care’ zó  veel, dat ik keuzes maak die mijn ego uiterst ongemakkelijk en beangstigend vindt. Ik laat mijn keuzes niet bepalen door wat voor mij persoonlijk veilig en comfortabel voelt, maar door wat ik beschouw als de maximaal mogelijke bijdrage aan het welzijn van de mensen om mij heen en aan het welzijn van de wereld. Verbondenheid is een voorwaarde voor het kunnen delen van liefde. Gedeelde liefde is geluk. Zelfkennis is een voorwaarde voor het maken van de juiste keuzes en ik durf heus niet te zeggen dat ik op dit punt al volleerd ben.

Als ik optimaal wil geven wie ik ben, heb ik allereerst zorg voor mijn eigen evenwicht. Ik dien echt aanwezig te zijn, wakker en betrokken om iets waardevols te kunnen bijdragen. Anderen mijn vermoeidheid of mijn onbalans cadeau doen is geen optie. Dus moet ik het instrument dat ik ben zorgvuldig onderhouden. Dan pas kan Ik helemaal bij jou betrokken zijn, zodat ik uit volle overtuiging kan zeggen: het geeft niet, echt niet. Wat je ook doet of denkt, ik blijf mezelf weggeven aan wie mij wil ontvangen. Dat is mijn grootste geluk.